Psychosociale hulp aan kinderen en jongeren

Sinds 2015 is met de invoering van de nieuwe Jeugdwet de gemeente verantwoordelijk voor alle jeugdzorg, uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.

  • Hoe ging dat in 2015?
  • Waar staan we nu?
  • En hoe heeft dat vorm gekregen bij psychosociaal therapeuten in holistisch werkende praktijken en complementaire zorg?

Omdat gemeenten hun eigen invulling geven aan de wijze waarop de Jeugdwet uitgevoerd dient te worden kunnen we ons maar het best beperken tot datgene wat er vanuit de rijksoverheid over gecommuniceerd wordt.

Los van wat er in de jeugdwet is geregeld, kan een complementair therapeut natuurlijk altijd nog een beroep doen op een vergoeding vanuit de aanvullende verzekering als de ouders daarvoor verzekerd zijn. Mits die hulp geen hulp is die geregeld is in de Jeugdwet.

Wat is deze psychosociale zorg voor jeugd?

Psychosociale hulp aan kinderen omvat de ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en hun ouders bij alle denkbare opgroei- en opvoedproblemen. Dit kan variëren van een simpel advies of een opvoedcursus tot begeleiding en ondersteuning van processen en vaardigheden bij het kind tot een verblijf bij pleegouders of psychiatrische zorg.

Veranderingen in 2015

De verandering was dat niet langer de provincies als indicerend orgaan, maar de gemeenten verantwoordelijk werden voor alle jeugdhulp, uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en ook de jeugdreclassering.

Deze veranderingen hadden tot gevolg dat zorgverzekeraars vanaf 1 januari 2015 geen zorg meer vergoedden uit de Zorgverzekeringswet en de Wlz die valt binnen de uitvoering van die Jeugdwet. Daarmee kwam ook de vergoeding van psychosociale hulp aan minderjarigen vanuit het budget voor Alternatieve zorg in de aanvullende verzekering te vervallen.

De contacten verliepen niet langer meer via provincie en zorgverzekeraars, maar via gemeenten. Aanspreekpunten kwamen dichter bij huis te liggen, lokaler. Maar er kwamen tegelijkertijd ook veel méér verschillende aanspreekpunten. Dat werd nog duidelijker toen bleek dat iedere gemeente een eigen draai aan het beleid mag geven. Kennis van het beleid van de gemeente waar jouw jeugdige cliënt woonachtig is, is dus zeer wenselijk.


Gemeenten zijn vanaf 2015 voorliggend en zij kunnen met elke zorgaanbieder op GGZ/psychosociaal terrein overeenkomsten sluiten. Zij zijn niet gehouden aan de voorbehouden die Zorgverzekeraars wel kennen vanuit de huidige Zorgverzekeringswet. Gemeenten zijn in regiobijeenkomsten geïnformeerd over het zorgaanbod, dat eerder nog onder de verzekeringsvoorwaarden van de Zorgverzekeraars viel.

Waar staan we nu?

Anno 2021 zijn de gemeenten nog steeds voorliggend. Tegelijkertijd is er meer druk vanuit de overheid om de geleverde kwaliteit aan criteria te laten voldoen, te toetsen, te borgen en te registreren. Niets mis mee, mits het een doel dient!

De overheid heeft tot en met 2021 ruim € 1 miljard beschikbaar gesteld aan gemeenten voor jeugdzorg, waarmee gemeenten extra middelen krijgen om hulp en ondersteuning te bieden.

Maar hoe verder na 2021? Eerder was al bekendgemaakt dat gemeenten in 2022 extra geld voor jeugdzorg krijgen: het gaat om 1,3 miljard euro. Maar het demissionaire kabinet hakt ook in de op prinsjesdag gepresenteerde Miljoenennota en begroting geen knoop door over het jeugdzorgbudget na 2022. Aldus het laatste bericht van Jeugdzorg Nederland.

Hoogleraar Jochen Mierau pleit voor langjarige contracten tussen gemeenten en aanbieders. Zodat het ook lonend is voor professionals om te investeren en te innoveren. Nu worden er vooral eenzijdig kwaliteitseisen gesteld. In de praktijk komt dit het kind en gezin nauwelijks ten goede. Het zet de professional onder druk en laat het verhoudingsgewijs vaak meer administratieve handelingen verrichten dan zorg verlenen.

De criteria waaraan de kwaliteit moet voldoen, toetsen, borgen en registreren ervan brengt veel administratieve handelingen met zich mee. De registratie moet bij voorkeur digitaal en uiteraard conform de regels van de AVG. Dit vraagt om gedegen software en apparatuur waaraan kosten verbonden zijn die lonend moeten zijn voor zowel organisaties als de zelfstandige professional. Jeugdhulp aanbieders dienen vooraf geregistreerd te zijn bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd als jeugd en gezinsprofessional. Het register staat primair open voor Jeugdhulpverleners die over een regulier relevante HBO bachelor opleiding beschikken. Op basis van de hardheidsclausule kan je ook een aanvraag voor registratie doen met je complementaire diploma’s.

Psychosociale complementaire zorg aan jeugdigen

Alle VIV leden werken met een informed consent. Dit is een behandelovereenkomst waarin de cliënt wordt geïnformeerd over de werkwijze van de therapeut. Hierin worden vooraf alle afspraken vastgelegd.

Wanneer de cliënt de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt

  • Ondertekent het kind vanaf het 12e jaar zelf het informed consent en de behandelingsovereenkomst
  • Dienen beide ouders / voogden dit informed consent te ondertekenen

Wanneer de cliënt minderjarig is, maar ouder is dan 16 jaar

  • Volstaat dat 1 ouder samen met de minderjarige tekent